Contextuele hulpverleningsgesprekken

In een eerste gesprek gaan we eerst feiten in kaart brengen. Een genogram (een weergave van de familiegeschiedenis) helpt mensen om onder woorden te brengen wat de hen al zo bekende situatie is. In dat eerste gesprek (of indien nodig in vervolggesprekken) wordt gewerkt aan het formuleren van een duidelijke hulpvraag. Een bij de hulpvraag passend plan van aanpak wordt met de cliënt besproken zodat op ieder moment geheel duidelijk is waaraan gewerkt wordt.

De aanpak is er altijd op gericht om cliënten zelf in het denken doen en beleven te stimuleren en verder te helpen. Hierbij worden voor hen wezenlijke relaties (ouders, partner, kinderen, vrienden) betrokken in de gesprekken. Indien mogelijk en gewenst kunnen deze relaties ook als hulpbron bij een of meer gesprekken uitgenodigd worden.

Meerzijdig partijdig

In de gesprekken neemt de hulpverlener een meerzijdig partijdige houding in. Wat wil dat zeggen? Hoe prettig het kortdurend misschien ook is: niemand heeft er wat aan om alleen maar te horen 'wat erg voor u, wat een nare vader en moeder had u!'. Een dergelijke uitspraak zult u als het goed is niet horen van een contextueel hulpverlener. De meerzijdig partijdige gesprekshouding houdt in dat de hulpverlener wisselend de positie inneemt van de personen waar de cliënt over vertelt. Dit helpt het de cliënt om meer zicht te krijgen op de relationele werkelijkheid, op de ander én op zichzelf. De meerzijdig partijdige houding betekent dus niet dat de hulpverlener tegenover u als cliënt komt te staan of foute dingen goed gaat praten.

De hulpverlener helpt de cliënt dus een ervaren probleem van allerlei kanten te bekijken. Veelal ontdekt de cliënt hierbij zelf nieuwe inzichten die kunnen helpen om oude patronen te ontrafelen. Het kan bijvoorbeeld helpen om een dader anders te bekijken. Het is immers niet opbouwend om altijd maar slachtoffer te blijven. Daarmee houden daders onbedoeld soms decennia 'macht' over slachtoffers.